|
Een reisje langs de Rijn.
Het idee was niet van mij afkomstig. Piet Haagsma, een van onze harde kern BB’er had de tocht uitgedacht en de treinreis geregeld.. De treinreis was goedkoop, incl fietsvervoer naar Arnhem met een slaapplaats 57 euro. Ik had er wel oren naar ook zo’n tocht te gaan rijden. Ten eerste wilde ik wel eens een behoorlijke afstand rijden, ik wilde niet klimmen en dat kon dus allemaal in dit tochtje waarvan ik in eerste instantie dacht dat het zo’n 800 km was. Het bleken er 950 te worden.
Ik heb twee route boekjes gekocht, RheinRadweg deel 2 en 3 en heb aan de hand daarvan zowel de linkeroever (westelijke oever) als de rechteroever in mijn GPS als route weggeschreven. Het zou kamperen worden, echter zonder kookgerei.
De heerreis ging goed, weggebracht door Anneke stond ik uren te vroeg op ’s-Hertogenbosch Centraal om vandaar naar Arnhem te gaan. De fiets met bagage en al in de trein tillen viel mee en ook waren er liften op alle station die ik ben tegengekomen, drie dus. In Arnhem bleek het om een enorm lange trein te gaan en ik werd naar het verkeerde gedeelte van het perron gedirigeerd door een spoorwegbeambte. Er waren gelukkig nog wat meer vakantiefietsers, en gezamenlijk liepen we naar de juiste plek. Piet belde me opdat moment nog even om me succes te wensen, dat was een aardige geste. De bagagewagon was speciaal voor fietsen ingericht en was ook helemaal vol. Als een soort treinstewardessen werd je door het vrouwelijke Zwitserse personeel geholpen bij vragen. Ruim de tijd om je fiets er in te schuiven en binnen in de trein van bagage te ontdoen en op te hangen. Met bagage naar de volle coupe waar een aantal enthousiaste en dronken treinfanatici zaten. Een fransman die vroeg wilde gaan slapen zorgde er voor dat we met zijn alle de coupe als slaapcoupe inrichten en naar de bar zijn gegaan. Rond 12.00 ben ik ook in het Lilliputterbedje gekropen.
’s-Ochtends om 7 uur in Basel aangekomen en ben daar naar een camping op de linkeroever gereden, zo’n 10 km buiten Basel. Ik wilde het museum Fondation Beyeler bekijken en de reis rustig beginnen. Het was een prachtige zonnige dag, het museum was mooi, de stad wel aardig en ik heb nog een tandenborstel gekocht welke ik was vergeten. (hoezo klassiek) ’s-Middags nog wat liggen pitten.
De volgende dag gewekt door een dikke knorrende kater en de dag begon dus goed. Het was weer zonnig en ik ben vroeg vertrokken. Na een kopje koffie en broodje zal het zo’n acht uur zijn geweest toen ik richting Basel reed. Je maakt dan een tourtje door de stad, gaat even naar de andere oever om dan weer op de linkeroever uit te komen. Voor je het weet zit je in Frankrijk. Het was nog wel koud in mijn shirtje De wind was licht tegen, ik zou dit bijna de hele reis zo houden. In frankrijk rijdt je heel vaak langs lange rechte kanalen, soms onverhard, maar dat onverhard is dan meestal heel glad fijn steen pad waarop het goed rijden is. Het merendeel was mooi asfalt. Ik had op de kaart een camping in gezien, maar die kwam veel te vroeg, na zo’n 70 km. Door rijden dan maar we zien wel. In de namiddag kon ik op een braderie een volledige maaltijd gebruiken en ik had voldoende water bij me. Want ik begon toch wel rekening te houden met wild kamperen, mocht ik geen camping meer tegen komen. Zo gebeurde het ook en rond ½ 8 heb ik een plekje uit het zicht uitgekozen en mijn tentje neergezet. Ik had er toen 130 km opzitten, een fiets met bagage record. Op het eind van de tocht bleek dat ik gemiddeld 120 km per dag had gereden
Toen ik dag twee van de tocht begon ben ik even van de route afgeweken om in wat dorpjes naar een bakker en café te zoeken, tevergeefs trouwens. Daar bleek wel een camping te zijn, dus niet alle campings staan op het routeboekje. Je reed daar trouwens bijna altijd langs de dorpjes en dat vond ik wel jammer. De fietspaden waren mooi, het weer was perfect, niet te warm en zonnig. Vlak voor de Duitse grens vond ik rond 5 uur een camping aan een meer en was wel aan een douche toe. Om op die camping te komen moest ik nog zo’n drie km over een drukke route nationaal, dat was minder. Ik kon op de camping eten en werd avonds uitgenodigd voor een glas Riesling door een Duits paar die per camper door frankrijk reed. Lekker hoor, die droge witte wijn..
Toen ik ochtends om ½ acht klaar was om te vertrekken werd ik onaangenaam verrast door het feit dat ik pas om 8 uur de poort uitkon. Het bleek zelfs kwart over acht te worden, een goede tip is dit van te voren te regelen. Enfin, weer wat geleerd voor de komende dagen. Ik reed over een gruwelijk onverhard paadje terug naar de route en dorpje. Alles beter dan die drukke RN. In het dorpje bij de bakker uitgebreid zitten ontbijten en broodjes ingeslagen voor de dag. De dag was mooi begonnen, met wat bewolking maar reeds op het terras van de bakker begon het te regenen. De wind was ook gedraaid en dat was fijn. De temperatuur was weer prefect dus die regen deerde me niet. In frankrijk zie je de Rijn eigenlijk nog niet, of je rijdt in het binnenland of je rijdt benedendijks. Ik ging nu Duitsland binnen. Wat later in de middag werd het droog en ook nu kon ik op een christelijke tijd een camping vinden, met een leuk en restaurant in de buurt. Wat rijdt je fiets dan ineens lekker, zonder al die bagage. Van vliegen was echter geen sprake, daar waren de keilen in de weg te erg voor. Lekker gegeten en weer op tijd naar bed.
Het eerste gedeelte staat me eerlijk gezegd niet meer zo bij, ik haal de dagen ook wat door elkaar in mijn geheugen. Het weer was weer goed en zo nu en dan zie je ook wat industrie, nooit als hinderlijk ervaren. In het Ruhrgebied wordt dat wel wat intensiever maar ook dat stuk bleek mooi. Vlak voor Mainz vond ik een camping met uitzicht op de Rijn. Hier trof ik een Nederlandse wereldfietser die gevlucht voor het slechte weer en een blessure had afgezien van een reis Italië in en naar de vlakke Rijn was gevlucht.
Op deze dag zou ik bij Bingen het smalle gedeelte van de Rijn inrijden. Je passeert ook de overblijfselen van de brug bij Remagen. De wind was weer tegen en het was een stuk warmer, middags zelfs onaangenaam benauwd, je komt vrij plotseling in het smalle gedeelte. Hier komen al die Rijnreizen voor, je rijdt tussen de bergen door, veel kastelen, vlak langs het water. Op sommige plekken moet je uitkijken dat je niet rechtdoor rijdt, voor je het weet lig je in de plomp. En daar moet je geen gewoonte van maken nietwaar. De dorpjes zijn de truttigheid ten top en het is er behoorlijk toeristisch. Wat ik me er van kan herinneren zijn de fietspaden vlak langs het water van redelijke kwaliteit, de onverharde stukken slecht tot zeer slecht en er zijn verkeer situaties in steden en dorpen waarvan je rilt zo gevaarlijk. Zo is geen enkele kruising voor de fietser het zelfde, moet je ineens op de stoep met dikke randen etc. Ik maakte het mee dat je voor 100 meter van de weg af werd geleid om dan op een supersteil stuk achter een muur de weg weer haaks op moest. Niet om vrolijk van te worden. Ik schommelde daar vaak tussen genieten van het fietsen en het me dood ergeren. Volgens mij was het voor Koblenz dat ik een camping aan de Rijn trof met restaurant in de buurt. Verlicht kasteel aan de overkant.
Het weer bleef mooi en de wind tegen. In Koblenz dronk ik op de boulevard een kan koffie op een zeer smaakvol terras. Ik zag toen ik er eenmaal zat dat het Koblenz Hilton was. De twee bekers koffie uit de kan smaakten goed, ik leunde wat achterover, stak een sigaret op en vroeg achteloos om de rekening. Twee euro 20 bitte. Wass haben ich das gut gehurd. Ik vroeg het nogmaals en het bleek te kloppen. Ik gaf de goede man drie euro en stapte tussen de driedelige pakken weer op mijn trouwe ros. Na Koblenz, wat een leuke stad is om te zien, begint het Rijndal weer breder te worden. Ik kan me herinneren dat ik die dag flink heb moeten zoeken, ondanks GPS en kaarten. In Rodenkirchen vond ik een rustige camping van een kanovereniging vlak voor koblenz en bleek later een uitzondering te zijn. Ze laten normaal geen andere gasten dan kanoërs toe. Weer een restaurant in de buurt, waar ik in tien minuten de maaltijd verslond. Want je krijgt er wel honger van, van die buitenlucht.
Wederom vroeg vertrokken, met instructies hoe te handelen als het hek nog dicht was. Het zou een lange hete dag worden, met veel steden waaronder Düsseldorf. Hiervoor moest in de Rijn oversteken en kwam volkomen vast te zitten in deze stad, zo druk was het op de boulevards. De stad in was niet veel beter en na veel vijven en zessen kwam ik dan eindelijk de stad uit. Ik had direct de brug over kunnen gaan, maar koos voor een pontje wat verder op. De vliegtuigen komen hier vlak over je heen, in een regelmaat die je niet voor mogelijk houdt. De laatste camping op de kaart was aan de andere kant van het water en het tijdstip nog de drukte beviel me niet. Ook het aantal kilometers was nog te laag. Verder dus maar weer. Rond een uur of zeven gaan uitkijken naar een geschikte plaats voor wild kamperen wat in deze buurt veel lastiger bleek dan in frankrijk. De weilanden zijn allemaal omheind en er wordt intensief landbouw gepleegd. Maar als de nood aan de man komt is de redding nabij. Want ik kneep hem wel een beetje moet ik zeggen. Er bleek echter een splinternieuwe camping aan het fietspad te liggen waar ik direct werd uitgenodigd om mee te eten. Ik kon binnen slapen, maar wilde erg graag op het uitnodigende vlakke gras mijn tentje neerzetten. Geen probleem, mijn fiets werd wel binnengezet. Na een gezellige avond waarbij ik aan alle kanten werd bemoederd door een al wat oudere vrouw ben ik om ½ 12 gaan slapen.
In tegenstelling tot zelfs de vorige hete dag begon deze dag al warm. Normaal begon ik me zo rond 11.00 uur in te smeren met factor 10, op deze hete zondag heb ik dat gelijk gedaan. De dag is als in een roes aan me voorbij gegaan. 160 kilometer in de hitte, het was eigenlijk meer zo snel mogelijk naar huis rijden dan genieten van de omgeving. Ik had de oostenwind vol in de rug en dat scheelde wel enorm. Maar soms voelde ik me als een kip aan de gril, met dit verschil dat ik niet draaide. Ik weet niet eens meer hoeveel Coca-Cola ik heb gedronken, echt wel liters. En water. Ik probeerde te blijven eten, maar dat ging niet meer zo vanzelfsprekend als voorgaande dagen. Bij Millingen, vlak over de grens had ik nog een camping kunnen nemen, maar ik wilde door. De tocht in Nederland was op het drukke fietsverkeer in het begin na een verademing, glad asfalt, goed aangegeven, tel je zegeningen als Nederlandse fietsers hoor. De uiterwaarden waar je bovendijks overheen gaat zijn schitterend. Uiteindelijk ben ik bij wamel, waar je toch de dijk afmoest voor het eerst van de route afgeweken, richting pont van Lith. Vreemd genoeg begon ik dat als een eindpunt te beschouwen, als ik daar maar eenmaal ben..Maar dan moet je nog een heel stuk door het niets, geen schaduw te bekennen, zelf rond acht uur avonds niet. Maar het voordeel van het ligfietsen blijk toch wel hoor, op dit soort afstanden. Je bent moe, oké, je bent het ook wel zat, maar ik had nergens pijn. Ik heb de hele reis op mijn knieën gelet, weet wel zo ongeveer hoe je je pezen kan overbelasten. Dus een hoog tempo en niet te veel kracht zetten. Mijn rug doet altijd zeer, maar tijdens deze tocht waar je toch ook je tent opzet en weer inpakt, je met bagage in de weer bent, heb ik minder last gehad dan normaal. Voor de vorm heb ik twee keer mijn ketting ingespoten met teflon, heb wat vettere olie op mijn geleide wieltjes laten lopen, maar of het nodig is geweest is nog maar de vraag. Zelfs na een dag door de regen piepte er niets. Ik heb een enorm respect voor de bouwers van de Rainbow Lyric , met bagage bleef hij stijf aanvoelen, hij stuurde goed. Hij heeft de meest gruwelijke kuilen voor zijn kiezen gehad, heeft meer scherpe steentjes gezien en dan in alle 5500 km daarvoor. Ik keek alleen nog uit voor glas, verder karde ik gewoon door. Hulde dus, ook voor de S-licks.
Om 20.15 belde ik aan en Anneke heeft me geholpen de bagage naar boven te dragen. Ik heb vier flesjes bruin bier naar binnen geklokt, heb Anneke suf gepraat en ben gaan slapen.
Het was me het weekje wel. |
||